« maart 2009 | Hoofdpagina | mei 2009 »

april 2009 Archieven

Via ManagementSite
innovatie.jpg
Top 5 blokkerende management routines

Samenvattend is dit onze top-5 van blokkerende management routines die innovatie in de weg staan. In willekeurige volgorde:

* Besluiteloze besluitvorming
* Interne timing
* Ongunstige risicoperceptie
* Misbruikt marktonderzoek
* Doodgerekende verdienmodellen

Aanbevelingen voor het succesvol managen van innovaties

Innovatie lijkt voor velen een onbeheersbaar proces waarbij toevalsfactoren leidend zijn voor succes en falen. Uit diverse studies blijkt echter dat innovatie wel degelijk te managen is. Het is hiermee vooral een managementvraagstuk. Innovatie kan en moet dus als zodanig worden gemanaged. Het einde van de innovatiecyclus is 'Leren en herinnoveren'. Dit is een nieuwe stimulus om de cyclus opnieuw te starten. De belangrijkste voorwaarde is de bereidheid om te willen leren van afgeronde projecten. Dit wordt vaak achterwege gelaten, of moeilijk gevonden (in het bijzonder bij mislukte projecten).

Kijkend naar de eerder beschreven blokkerende management routines in organisaties vanuit het managen van innovatie denken wij dat op de volgende wijze de succeskans significant kan worden vergroot:

* Kleinschalig 'proof of concept' halen: vanuit het adagium 'think big, start small & scale fast' is het snel rekenen, tekenen en creëren van het product of de dienst cruciaal. Stel een tijdshorizon vast en een budget waarmee het 'geregeld, getoetst en geïntroduceerd' moet worden. Lang rekenen, vergaderen en marktonderzoeken is vaak ongeveer even duur als het gewoon kleinschalig proberen. Daarna vindt de evaluatie plaats en wordt het project gecontinueerd, ondergebracht in de staande organisatie of gestopt. Dit zal bovendien de meer ondernemende werknemers zeer aanspreken waardoor talent langer kan worden behouden. Rapid prototyping en rapid manufacturing maakt het ook technisch steeds eenvoudiger om kleinschalig een concept te toetsen. Bijkomend voordeel is dat een kleine test zeer leerzaam is.
* Kleine kernteams met 'ability to execute': maak talentvolle mensen tijdelijk vrij voor een substantieel deel van hun tijd. Creëer een klein kernteam met de belangrijkste relevante kerndisciplines die nodig zijn van ontwikkeling tot en met succesvolle marktintroductie. Het kernteam is verantwoordelijk voor het gehele innovatieproces en kan waar nodig experts inschakelen op onderdelen van het proces. Er is commitment vanuit de top voor een bepaalde periode en budget. 'Ability to execute' staat centraal. Een grote mate van vrijheid en ondernemerschap voor het kernteam is cruciaal voor succes.
* Corporate venture: een stap verder is het ontwikkelen van een aparte organisatie met andere structuren, processen en culturen. Deze venture wordt niet gehinderd door bestaande processen, regels, bureaucratie en overhead van de 'moederorganisatie'. Het belangrijkste doel is het leren van nieuwe competenties. Essentieel daarbij is dat de mensen terugkeren naar de lijn van de organisatie, om de geleerde vaardigheden in de management praktijk te brengen.
* Open innovatie: het actief betrekken van andere partijen bij de innovatie is van belang om kerncompetenties te combineren, de ontwikkelingskosten te delen en voor gezamenlijke marketing, distributie en verkoop. Het uitnodigen van potentiële partners vanuit co-creatie leidt tot veel voordelen. Het centraal stellen van 1 of enkele concrete proposities versneld de gezamenlijke besluitvorming en ontwikkeling. Ook het inventariseren van goede ideeën in de buitenwereld blijkt vaak een slimme methode om nieuwe denkrichtingen te genereren (online wedstrijden, samenwerking met universiteiten en kennisinstituten). Als innovaties tot een verandering van de keten leiden, is samenwerking vaak noodzakelijk om die verandering te kunnen forceren.

Het volledig artikel met casus hier.

via UNIZO.be
HRM-creativiteit in crisistijd
mieke%20vertriest.jpg
Helpt een creatief HR-beleid u de crisis door en hoe pakt u dat aan? Nu meer dan ooit inzetten op extra opleiding voor personeel, zeggen sommige ondernemers, zoals bij grondboringsbedrijf Geboers Dessel. Transportbedrijf X-Trans uit Aalter zweert dan weer bij diversiteit op de werkvloer.
Lees het hele artikel hier


Dit moet je zien, het is de eerste keer dat Brusselmans mij verrast, ook met kort haar is hij nog steeds niet aan te zien,

Knap gevonden en inderdaad dat is iets dat we dikwijls vergeten met al onze goede bedoelingen.
Meer hierover hier

via Les femmes : un remède contre la crise boursière ?

Cet article est la preuve que c'est juste nécessaire d'avoir un bon équilibre entre masculinité et fémininité dans une entreprise. N'importe dans quel corps ça ce retrouve :-) .
man%20vrouw.jpg

Michel Ferrary, Professeur de gestion des ressources humaines au CERAM Business School, est l'auteur d'une étude intitulée « CAC 40 : Les entreprises féminisées résistent-elles mieux à la crise boursière ? ». Elle s'appuie sur l'étude détaillée, depuis le 1er janvier 2008, des bilans sociaux de 40 grandes entreprises dont 35 font partie du CAC 40. Les entreprises sélectionnées sont celles qui publient le pourcentage de femmes dans leur effectif global et dans leur population de cadres.

L'analyse montre que la féminisation des entreprises est en corrélation avec l'évolution de leur cours en bourse. Pour les entreprises dont l'encadrement est féminisé, le cours de leur action a connu une relative stabilité. Les femmes cadres sont donc un facteur de résistance face à la crise boursière.

Cette étude souligne des différences de comportements et de pratiques managériales entre hommes et femmes dans les entreprises. Ces dernières semblent adopter des comportements plus prudents. Cette attitude se révèle, depuis quelques semaines, une grande vertu et pourrait justifier la résistance à la baisse des actions de certaines entreprises. La prédominance de femmes cadres conduirait l'entreprise à prendre des décisions mieux pesées et moins risquées.

Dit is voor mij zo logisch maar toch misschien goed om het even in deze blog te plakken.
via aeno
Afnemers van Arbeids- en Organisatiepsychologische dienstverlening verwachten van ons maatwerk. Contextualisering biedt mogelijkheden om hieraan te voldoen. Contextualisering is een benadering die de situatie van de cliënt en het daarin beschikbare (verander)potentieel centraal stelt. Uit eigen onderzoek blijkt dat dit leidt tot betere assessmentinstrumenten en effectievere coaching en advisering.

Kortgeleden verscheen het Personeelbeleid Jaarboek 2009. Dit bevat een verslag van een onderzoek onder P&O'ers over hun verwachtingen ten aanzien van HRM-dienstverleners. Uit het onderzoek komt naar voren dat deze dienstverleners meestal geen gebrek hebben aan kennis en deskundigheid. Hun grootste uitdaging is het beantwoorden van specifieke vragen van P&O. Zij moeten zien aan te sluiten bij de steeds veranderende omgeving waar de opdrachtgevers mee moeten omgaan. Als beste dienstverleners komen niet degenen naar voren die qua kennis en kunde overtuigen, maar zij die duidelijk communiceren, flexibel zijn en maatwerk leveren.

De resultaten van dit onderzoek onder afnemers van onder andere A&O-psychologische diensten kunnen opgevat worden als een pleidooi voor een gecontextualiseerde dienstverlening die vertrekt vanuit de situatie van de cliënt en het daarin beschikbare potentieel. In deze bijdrage wil ik aan de hand van eigen, deels met anderen verricht onderzoek, een aantal voorbeelden geven van contextualisering in de Arbeids- en Organisatiepsychologie. Deze voorbeelden zijn afkomstig uit twee domeinen waarin vakgenoten vaak werkzaam zijn: 1) het ontwikkelen van assessmentinstrumentarium en 2) coaching en advisering.

Contextualisering van assessmentinstrumenten
Naast maten voor maximale prestatie, meestal IQ-tests, vormen maten voor typerende prestaties een belangrijk onderdeel van assessments. Het belangrijkste voorbeeld van deze instrumenten zijn persoonlijkheidsvragenlijsten. In tegenstelling tot IQ-tests, waarbij het totale aantal goede antwoorden geacht wordt een beeld te geven van de cognitieve vermogens van de kandidaat, gaat het bij persoonlijkheidsvragen niet om het goede antwoord, maar om welk antwoord de kandidaat geeft op een vraag. Deze keuze zou iets zeggen over de persoonlijke stijl van de kandidaat.

Persoonlijkheidsvragenlijsten zijn in de assessmentpraktijk belangrijk omdat ze een indicatie geven van de geschiktheid van een kandidaat voor een bepaalde functie. Ook maken ze het uitbrengen van persoonsgerichte ontwikkeladviezen mogelijk. Een probleem bij deze vragenlijsten is dat hun grote praktische toepasbaarheid veelal niet samengaat met een grote predictieve validiteit. Dat wil zeggen dat hun correlatie met bijvoorbeeld functie- of schoolsucces vaak laag is. Veel genoemde oorzaken hiervoor zijn ondermeer sociaal wenselijk antwoordgedrag van de kandidaten en de moeilijkheid van het verzamelen van betrouwbare prestatiegegevens.

Al jaren buigen psychologen zich over de vraag hoe de validiteit verhoogd kan worden. Als mogelijke oplossing wordt genoemd het toevoegen aan elke vraag van een referentiekader als ‘op mijn werk’. Een vraag komt dan te luiden: ‘ik ga netjes om met mijn spullen op mijn werk’. Hierdoor wordt voorkomen dat kandidaten de ene vraag vanuit de privécontext beantwoorden en de andere vanuit de werkcontext. Dit zou een oorzaak van de lage validiteit kunnen zijn. Het toevoegen van het juiste referentiekader lijkt inderdaad te werken. De validiteit van persoonlijkheidsvragen voor het voorspellen van werkgedrag gaat inderdaad omhoog als de vragen vanuit de werkcontext worden beantwoord.

Zelf heb ik in het kader van een adviesopdracht een verdergaande contextualisering van persoonlijkheidsvragen ontwikkeld. Over de relatie tussen persoonlijkheidsfactoren en succes van universitaire promovendi was weinig bekend. Om hierover meer te weten te komen heb ik diepte-interviews gehouden met al dan niet geslaagde promovendi en begeleiders. Dit leverde kwalitatief materiaal op waaruit ik testitems heb afgeleid. In een kwantitatief onderzoek onder zittende promovendi en hun promotoren heb ik de vragenlijst, de PhD Personality Questionnaire, gevalideerd. Het bleek dat deze veel beter correleert met succesbeoordelingen door promotoren dan een standaard persoonlijkheidsvragenlijst. Bovendien wordt het instrument door promovendi en promotoren als een verrijking beschouwd.

Het artikel dat ik hierover samen met Marise Born (Butter & Born, 2007: zie www.rbpa.nl) heb geschreven, geeft meer details. Dit soort vragenlijsten noem ik ‘ecologische schalen’, omdat hun ecologische validiteit groter is. Dat wil zeggen dat de vragen voortkomen uit de doelgroep zelf en voor hen ook relevant zijn. Dat is de reden dat de predictieve validiteit hoger is.

Contextualisering van coaching en advisering
Samen met Coert Visser (Visser & Butter, 2008: zie www.rbpa.nl) heb ik onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de oplossingsgerichte benadering van advieswerk en coaching. Ook hier gaat het om contextualisering. In tegenstelling tot meer traditionele adviesbenaderingen waarbij de adviseur van buitenaf een oplossing voor een probleem aandraagt, gaat het bij de oplossingsgerichte benadering om het mobiliseren van de veranderingskracht die al bij het individu of de organisatie aanwezig is.

Uit ons vragenlijstonderzoek bleek dat succesgerichtheid (in plaats van probleemgerichtheid), het stellen van vragen en het volgen van de cliënt sterk bijdragen aan het door de cliënt ervaren succes van het advies. In plaats van de adviseur of coach de aanpak en de gespreksagenda te laten bepalen, lijkt het dus beter te werken om de cliënt te laten bepalen wat er aan de orde moet komen in de gesprekken. En in plaats van te vertellen wat er moet gebeuren en hoe de cliënt een situatie moet zien, lijkt het effectiever om vragen te stellen aan de cliënt om deze zo te helpen om zelf oplossingen en constructieve zienswijzen te ontwikkelen. Verder doet de coach of adviseur er verstandig aan om geen abstracte taal en ingewikkelde modellen te gebruiken maar zijn taalgebruik af te stemmen op de cliënt. Het hanteren van taal die de cliënt eenvoudig vindt, hangt ook samen met succesvolle verandering.

Conclusie en discussie
In deze bijdrage heb ik willen betogen dat zowel bij het ontwikkelen van assessmentinstrumenten als in advieswerk en coaching contextualisering, dat wil zeggen het vinden van ‘locale oplossingen voor locale problemen’, mogelijkheden biedt om tot het door de afnemers gewenste maatwerk te komen. Bovendien hoop ik dat wij als A&O-psychologen langs deze weg kunnen bijdragen aan het vinden van duurzame oplossingen voor de grote maatschappelijke, ecologische en economische uitdagingen van de komende decennia.

René Butter is directeur-eigenaar van René Butter Psychologisch Advies en universitair docent Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de EUR.